laten we eens kijken

Jane Jacobs avant la lettre

Jane Jacobs avant la lettre 

117 jaar geleden heeft de oprichting plaats gevonden van Samenwerking. Een coöperatieve vereniging gericht op het bouwen voor wat ook in die tijd de middengroepen in de stad waren. Over de oprichting en de statuten (1908), en de uitvoering van de eerste projecten valt veel te vertellen. Dat geldt ook voor het besturen van zo’n omvangrijke club (900 woningen en diverse winkel- en bedrijfsruimten) met een tamelijk mondig ledenbestand. Daarover een andere keer. Laten we eens kijken hoe criteria als diversiteit, menselijke interactie en kleinschaligheid hebben uitgepakt in dit project en de directe omgeving.

Waar het in deze column om gaat, is het programma van eisen dat ambities weerspiegelt die nu vaak zeer gewenst zijn, maar zelden of nooit gerealiseerd worden in hedendaagse projecten. In een ‘arme’ tijd lukte het wel, in onze ‘rijke’ tijd amper. Tot de doelgroep destijds behoorden die mensen die niet konden rekenen op de mogelijkheden die de Woningwet uit 1901 bood. Maar die ook niet vermogend genoeg waren om zelf te bouwen c.q. een woning op de vrije markt aan te schaffen. Ambtenaren, onderwijzend personeel, journalisten, kunstenaars etc. Behalve dat men zich richtte op huisvesting was er ook oog voor andere programma’s die de stad destijds hard nodig had. Er werden bedrijfs- en winkelruimten gerealiseerd. Het Nieuwe Huis spant qua JJ-gehalte de kroon. Ruimte voor kleine appartementen ten behoeve van de vele alleenstaanden in de stad die werk vonden als huishoudster, onderwijzer, verpleger etc. Gezamenlijke was- en kookgelegenheid. Balkons voor ontspanning en vertier. Voor hen maar ook voor de buurt was er een restaurant met gematigde prijzen. Verder een fietsenstalling en fietsenmaker, een postkantoor en bibliotheek. En inmiddels een gezondheidscentrum. Uiteraard zijn er door de tijd heen vele mutaties geweest in gebruik. Maar nog steeds wordt de oorspronkelijke ambitie waar gemaakt: ‘een stadsdorp op coöperatieve basis met een diversiteit aan gemeenschappelijke voorzieningen’. En vele mogelijkheden om elkaar te ontmoeten.

Binnen de buurt is er ten gevolge van de lay out en de ruime opzet, van met name de stoepen met aanliggende entrees van de woningen een prettig beeld en beleving van de straten. Tel de geveltuintjes, de bankjes en de adoptie van vuilstortbakken, de verlichtingsornamenten, de semiopenbare tuinen en parkjes en vooral ook de materialisering van de gevels daarbij op. Combineer dit alles met actieve buurtgroepen gericht op tuinieren, burenhulp, monumenten beheer en historisch onderzoek. Wie dit alles te veel vindt, trekt zich terug in prettige distantie. En natuurlijk is er de discussie waarom deze buurt geen afspiegeling is van het stedelijk gemiddelde qua populatie. Waarom zou dat zo moeten zijn? Dat raakt de discussie over mengen op complex-, straat-, wijkniveau. De buurt is nu ook een biotoop voor schrijvers, kunstenaars, wetenschappers etc. Een buurt die barst van de verhalen en gebeurtenissen, voor, tijdens en na de oorlog. Aan de stedelijke kant van het project (de Roelof Hartstraat) zijn er winkels gerealiseerd die aanvankelijk sterk gericht waren op de behoeften van de buurt. Er is zelfs lange tijd een woonwinkel geweest die etaleerde hoe modern wonen er uit kon zien. Kortom vele vormen van activiteit en interactie in het verlengde van het wonen in een coöperatie.

Behalve Het Nieuwe Huis bestaat het geheel uit maximaal 4 lagen. Dat leidt tot vele voordeuren aan de straat en veel komen en gaan van mensen in en door de buurt. De winkels en bedrijfsruimten kennen een mooie parcelering van 6 meter brede gevels waardoor er zich nooit grootschalige ondernemingen met dichte etalages hebben gevestigd. Er is nog steeds een streng selectiebeleid wat betreft branchering.

Tenslotte het aanpalende Roelof Hartplein als een atypisch plein waar veel samenkomt en waar veel ‘kijkwerk’ plaats vindt. Het is vooral een verdeelpunt voor veel verkeer. Drie hoofd verkeersstraten die er samen komen.  Vier tramlijnen uit de richtingen oost, west en zuid. En de haltes met veel in- uit- en overstappende passagiers.  De vernieuwde boekhandel Martyrium als literaire icoon voor de buurt. Het Nieuwe Huis, het Leger des Heils voor de pechvogels, het College hotel voor de toeristen etc. Wildschut als plek met een van de betere terrassen van de stad. Bij mooi weer ziet men daar een bonte parade van passanten.

Toch is het de vraag wat het ‘sociologisch’ gehalte is van het plein. Er is sprake, zoals gezegd van een rijk programma rondom het plein. Maar men ziet toch vooral de in zichzelf gekeerde, op de telefoon kijkende, wachtende, gehaaste, moderne stedeling. Stoplichten, zebrapaden, hekjes, auto’s, fietsers en tram overheersen het straatbeeld. De verblijfskwaliteit is laag. Ontmoetingen vinden vooral binnen plaats en op het terras bij mooi weer. Plein? Zittend op het draadstalen ‘zwervers’ bankje bij Huize Lydia zou William Whyte uitstekend zijn observaties van het gebruik van deze openbare ruimte hebben kunnen noteren. En hij zou ongetwijfeld met suggesties zijn gekomen voor verbetering.  Bijvoorbeeld wat betreft de underperformance van de twee kleine omheinde pocketparkjes. De overdaad van de  GVB-hekjes en het gebrek aan vrije bankjes voor verpozing. En hij zou wellicht een gedenkteken voorstellen voor Jan Arends, onfortuinlijk dichter in de stad. En panelen die de geschiedenis van deze plek verbeelden (zoals op het mr. Visserplein). Een publiek schaaktafeltje? Een paar olijfbomen? Zitplekken in de zon, maar ook in de schaduw bij grotere hitte? Een waterpleintje? Etc. etc.

De Samenwerking is een voorbeeld voor de vele initiatieven om tot een coöperatie te komen. Het is belangrijk om een breder programma te ambiëren dan alleen wonen. Een goede keuze van een locatie voor een coöperatie kan een impuls geven aan de directe omgeving. Het programma dient naast wonen en commerciële voorzieningen vooral ook veel gemeenschappelijks te bevatten. En tenslotte. Beperk de grote woningbouwopgaven niet tot een contingenten discussie maar geef er het coöperatieve model de ruimte. Het kan: kijk naar Zurich, Barcelona, Wenen, Berlijn, München.

De gelegenheid doet zich voor om suggesties/zienswijze in te dienen bij de gemeente voor verbetering van het voetgangerscomfort en de verblijfskwaliteit van het plein. Volgend jaar gaat het plein o.a. om verkeerstechnische redenen op de schop. Zo kan er werk met werk worden gemaakt met als resultaat een nieuw plein met een hoger Jane Jacobs gehalte dan nu het geval is. Meer betere space ook meer place. Betere ordening van de verkeerstromen en een betere plek voor de community.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gerelateerde artikelen

Reacties

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *